Hoe men een lezer wordt

Voor mezelf denk ik dat proces terug te kunnen brengen tot één moment. Of beter zelfs, één boek. De titel ben ik vergeten, maar het was een kinderboek uit de kleine, gemeentelijke bibliotheek, waar mijn tien jaar oudere zus op zondagvoormiddag tijdens de vakanties bibliothecaresse ging spelen. Ik was toen een jaar of zeven, acht.

In ieder geval: ik mocht mee met zuslief naar haar vakantiejob en spendeerde zo menige zondagvoormiddag met het doorbladeren van ietwat muf ruikende, door kneuterige lokale overheden van stempels voorziene strips en kinderboeken.

Van het boek in kwestie herinner ik me enkel nog flarden, maar ik kan me wel nog heel levendig de impact voor ogen halen die het verhaal op me maakte. Er zaten tekeningen bij en het ging over een jonge trol die op een queeste vertrok om zijn dorp te redden. Op de prenten zag hij er maar uit als een zielig hoopje, niet meteen een heldhaftig figuur. Het dorp werd bedreigd omdat iemand – ik weet niet meer wie de boosdoener was – de enige waterput had vergiftigd. Daardoor werden alle inwoners ziek. Behalve het hoofdpersonage dan, die bijgevolg prompt tot Redder werd gebombardeerd.

Zoals te voorspellen viel, moest de kleine trol zichzelf tot het uiterste geven op een gevaarlijke tocht vol avontuur, aan het eind waarvan er een tegengif te verkrijgen zou zijn, waarmee hij zijn vrienden en familie zou kunnen redden. Uiteraard loopt het verhaal goed af, maar één scène in het bijzonder is me bijgebleven. Op een of andere manier was de trol in een adelaarsnest vol eieren terechtgekomen en toen het moederdier kwam aangevlogen, dreigde die zijn ogen uit te pikken.

De gruwel, de spanning, het meeleven met het hoofdpersonage op dat moment… het was de eerste keer, voor zover ik het me correct herinner, dat ik helemaal alleen oog in oog stond met een verhaal, zonder een volwassene die optrad als veilige verteller of voorlezer. Voor het eerst zonder derde partij die kon bemiddelen tussen mij en het vertelsel, die garant kon staan voor een goede afloop en een geruststellende knipoog aan het einde. De eerste keer dat ik zelf de letters in me opnam, letters die daarop hun individuele betekenissen overstegen en zich in mijn hoofd lieten vermengen met door mijn brein aangereikte brokjes verbeelding, om zo op te gaan in een verhaal, tastbaar, zichtbaar, een reeks mentaal afgespeelde beelden waarop ik zelf nauwelijks nog vat leek te hebben.

Ik was een instrument, een projector die spoelen vol niet te ontcijferen zwarte 8 millimeter in een prachtige langspeelfilm kon omzetten. Wonderlijk. Die dag, met dat al bijna lang vergeten boek, werd ik een lezer. Sindsdien lees ik gretig en veel, maar ook soms een hele tijd niet, als mijn hoofd er niet naar staat of als ik aan het schrijven sla. Maar ik weet dat de projector er is, voor wanneer ik hem nodig heb.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s