De gravad lax van J. De Witte

Men zegt dat het Marnix Peeters is, die “J. De Witte” die een tijdje geleden in De Morgen Vlaamse schrijvers te kakken zette. Vogeltjes fluisteren dat, geruchtenmolens draaien. Ik denk dat het niet waar is. Ik hoop dat het niet waar is. De reden is dat ik Marnix best een toffe peer vind.

Het is “lekker tegen de stroom in” naar het schijnt, dat afzeiken. Ik zie het niet meteen. Echt goed geschreven zijn de recensies ook niet. Het is eerder een soort belegen versie van Brusselmans, maar dan minder grappig.

Marnix zou het beter kunnen. Zijn Andy vond ik heerlijk om lezen. Aan zijn andere boeken ben ik nog niet toegekomen. Wat ik hem hoorde zeggen in interviews, kon vaak op mijn instemmend geknik rekenen. Dat er te veel zuursmoelen zijn, ook in de Vlaamse literatuur. Dat het allemaal veel te ernstig is. Kundera schreef het al: geen enkele roman die naam waardig, neemt de wereld serieus.

Dat schrijvers elkaar meer moeten helpen in plaats van afgunstig naar mekaar te loeren, zoiets zei hij ook al eens. Ook daar dacht ik volmondig: ja! Toen hij in een polemiek verwikkeld raakte met Van Gerrewey, die Natte Dozen wegzette als inhoudsloze cafépraat, koos ik zijn kant, ook al had ik dat boek nog niet gelezen. Ik krijg namelijk het vliegend schijt van schrijvers die menen dat wie geen Flaubert citeert geen literatuur voortbrengt.

Ik schreef hem daar ook over, Marnix. En hij reageerde. In die paar mails die we uitwisselden, kwam hij over als een zachtmoedig en vriendelijk mens. Hij kocht zelfs meteen mijn debuutroman en postte dat op Facebook. Erg sympathiek was dat.

Nee, het kan niet waar zijn, dat hij hier achter zit. Misschien is het allemaal bedoeld als een grap en volgt er binnenkort iets als “Tadaaa! Het was maar om te lachen!” Misschien wordt het verkocht als een parodie op een parodie of zo. Iets om het schrijverswereldje wakker te schudden, voetjes op de grond. Dan nog hoop ik dat het iemand anders is. Gewoon één of ander ettertje.

Niet dat eens lekker schelden niet mag of zo. Dat past in de literaire traditie. G.B. Shaw was enorm mager en G.K. Chesterton ongelooflijk dik. Ooit zei Chesterton publiekelijk over Shaw: ‘Als mensen jou zien, zouden ze gaan denken dat er hongersnood heerst in Engeland.’ Waarop Shaw repliceerde: ‘En als ze jou zie dan weten ze waar al het eten naar toe is.’

Maar weet je wat het verschil is? Het ging over iets. Het waren opmerkingen die deel uitmaakten van een breder steekspel tussen gelijken. Een spel waarin het ook over inhoud ging. Over verschillende meningen aangaande de wereld. Waarin er wederzijds respect was, waarin niemand zich meende te moeten verstoppen in de anonimiteit.

Dit soort afzeiken heeft niets te maken met literaire polemiek. Het is een lauw, zielig afkooksel ervan. Het is geneuzel over uiterlijkheden en de kleur van de kaft. Er is niets “tegen de stroom in” aan J. De Witte. Het is gravad lax. Dat is zalm die voor hij opgediend wordt eerst maanden onder de grond begraven wordt. Het verkoopt misschien als een delicatesse, maar het blijft gewoon zalm met een geurtje aan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s